Alleen vandaag · -50% Bekijk deal

Stilstaan en parkeren in België: regels, borden en afstanden

Bijgewerkt:
Vlaamse woonstraat met auto's netjes rechts geparkeerd langs de stoep: stilstaan en parkeren in België

Stilstaan en parkeren zijn twee woorden die je in het dagelijks leven door elkaar gebruikt, maar op je theorie-examen zijn ze strikt gescheiden. Een bord kan stilstaan toelaten en parkeren verbieden, en een fout antwoord kost je punten. In dit artikel lees je wat de Belgische wegcode precies zegt over stilstaan en parkeren: het verschil, waar je je wagen moet zetten, de borden E1, E3 en E9 en de afstanden die je moet kennen.

Stilstaan of parkeren: wat is het verschil?

De wegcode (KB van 1 december 1975, artikel 2.22 en 2.23) maakt een duidelijk onderscheid:

  • Stilstaand voertuig: een voertuig dat niet langer stilstaat dan nodig is om personen te laten in- of uitstappen of om zaken te laden of te lossen.
  • Geparkeerd voertuig: een voertuig dat langer stilstaat dan daarvoor nodig is.

Wat de wegcode kijkt naar is dus het doel en de duur, niet of de motor nog draait of of je achter het stuur blijft zitten. Een paar voorbeelden zoals je ze op het examen kunt krijgen:

  • Je zet je vriend af aan het station en rijdt meteen verder → stilstaan.
  • Je laadt een kast uit in je bestelwagen en vertrekt daarna → stilstaan.
  • Je wacht in de wagen tot je vriend klaar is met boodschappen → parkeren, ook al zit je achter het stuur.
  • Je tankt of je laadt je elektrische of hybride wagen op → volgens de wegcode is dat parkeren.

Die laatste valt vaak tegen: veel kandidaten denken dat tanken “even stilstaan” is. Dat klopt niet.

Waar moet je je voertuig zetten?

Artikel 23 van de wegcode legt vast waar je mag stilstaan of parkeren als er geen bord of markering iets anders zegt.

Altijd rechts, tenzij eenrichtingsverkeer

Je zet je voertuig rechts ten opzichte van je rijrichting. Op een rijbaan met eenrichtingsverkeer mag je ook links gaan staan. In een woonerf mag je links of rechts staan, maar alleen op plaatsen waar parkeren toegelaten is. Meer daarover lees je in onze uitleg over het woonerf-bord.

Eerst de berm, dan de rijbaan

De volgorde is:

  1. Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm. Buiten de bebouwde kom mag dat op eender welke berm.
  2. Moeten voetgangers die berm volgen, dan laat je aan de buitenkant een strook van minstens 1,50 meter vrij.
  3. Is de berm niet breed genoeg, dan parkeer je deels op de berm en deels op de rijbaan.
  4. Is er geen bruikbare berm, dan parkeer je op de rijbaan.

Op de rijbaan: zo ver mogelijk van de aslijn

Sta je (deels) op de rijbaan, dan zet je je voertuig:

  • zo ver mogelijk van de aslijn;
  • evenwijdig met de rand van de rijbaan (tenzij de inrichting anders is, bijvoorbeeld schuine vakken);
  • in één enkele file, dus niet naast een andere geparkeerde wagen.

Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen haaks op de rand parkeren, zolang ze binnen de parkeermarkering blijven.

Borden voor stilstaan en parkeren: E1, E3 en E9

Deze borden komen op elk theorie-examen terug. Ze zijn rond, blauw en hebben een rode rand. Je hoeft de codes niet uit je hoofd te kennen, wel de betekenis.

BordUitzichtBetekenis
E1blauw rond bord, rode rand, één rode schuine streepParkeerverbod. Kort stilstaan mag.
E3blauw rond bord, rode rand, rood kruisStilstaan én parkeren verboden.
E5 / E7parkeerverbod met I of IIBeurtelings parkeren: verbod van de 1e tot de 15e (E5) of van de 16e tot het einde van de maand (E7).
E9ablauw vierkant bord met witte PParkeren toegelaten.

Waar geldt zo’n bord?

Deze vuistregel moet je kennen: de borden E1, E3, E5, E7 en E9a tot E9j gelden aan de kant van de weg waar ze staan, vanaf het bord tot het volgende kruispunt. E1 en E3 gelden op de rijbaan en op de berm. Op het trottoir gelden ze alleen als er een specifiek onderbord onder hangt, bijvoorbeeld met het fietssymbool.

Een onderbord kan de regel verder beperken, bijvoorbeeld tot bepaalde uren (“van 7 tot 19 u”), dagen of voertuigen. Lees onderborden dus altijd mee. Te snel over een onderbord lezen staat niet voor niets in onze lijst van 13 fouten die je moet vermijden op het theorie-examen.

Hangt er onder een E9a-bord een parkeerschijf, dan ben je in een gebied met beperkte parkeertijd. Hoe je de schijf correct zet, lees je in de parkeerschijf en de blauwe zone.

Wil je de andere rode-randborden goed uit elkaar houden? Bekijk dan ook 5 verbodsborden die je sneller fout hebt dan je denkt.

Waar is stilstaan én parkeren verboden?

Artikel 24 somt plaatsen op waar je zelfs niet even mag stilstaan, omdat je er gevaar of onnodige hinder veroorzaakt. Voor het examen zijn dit de belangrijkste:

  • op het trottoir en, binnen de bebouwde kom, op verhoogde bermen (tenzij een plaatselijke regeling het toelaat);
  • op fietspaden, en op minder dan 5 meter van de plaats waar fietsers en bromfietsers het fietspad moeten verlaten of moeten oprijden;
  • op overwegen;
  • op oversteekplaatsen voor voetgangers en voor fietsers en bromfietsers, en op de rijbaan minder dan 5 meter ervoor;
  • op de rijbaan in tunnels, onderbruggingen en (behalve met een plaatselijke regeling) onder bruggen;
  • nabij de top van een helling en in een bocht als je niet ver genoeg kunt zien;
  • op minder dan 5 meter van een kruispunt, gemeten vanaf de verlenging van de dichtstbijzijnde rand van de dwarsrijbaan;
  • op minder dan 20 meter vóór verkeerslichten en op minder dan 20 meter vóór verkeersborden;
  • op verhoogde inrichtingen zoals verkeersplateaus.

Belangrijke uitzondering: de 20-meterregel voor lichten en borden buiten kruispunten geldt niet voor voertuigen van maximaal 1,65 m hoog (lading inbegrepen) als de onderkant van het bord of licht minstens 2 meter boven de rijbaan hangt. Een gewone personenwagen valt daar meestal onder. Dat is typische examenstof.

Waar is alleen parkeren verboden?

Artikel 25 gaat over plaatsen waar kort stilstaan wel mag, maar parkeren niet. De meest gevraagde:

  • op minder dan 1 meter voor of achter een ander voertuig, of op een plek waar een ander voertuig niet kan instappen of wegrijden;
  • op minder dan 15 meter aan weerszijden van het bord van een bus-, trolleybus- of tramhalte;
  • voor de inrit van eigendommen, behalve voor het voertuig waarvan de nummerplaat leesbaar op die inrit staat;
  • waar de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden;
  • buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een weg met het bord B9 (voorrangsweg);
  • op een rijbaan die in rijstroken verdeeld is, behalve waar een E9a- of E9b-bord staat;
  • langs een gele onderbroken streep op de rand van de rijbaan, de trottoirband of de boordsteen;
  • op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander voertuig, als twee voertuigen elkaar daardoor moeilijk kunnen kruisen;
  • op parkeerplaatsen voor personen met een handicap, tenzij je de speciale kaart achter de voorruit hebt liggen.

Snel onthouden: 1 – 3 – 5 – 15 – 20

AfstandRegel
1 mvrije ruimte voor en achter een ander voertuig (parkeren)
3 mminimale vrije doorgang op de rijbaan (parkeren)
5 mkruispunt, zebrapad of fietsoversteek (stilstaan en parkeren)
15 maan weerszijden van een bus- of tramhalte (parkeren)
20 mvóór verkeerslichten en verkeersborden (stilstaan en parkeren)

Leer deze tabel en je hebt een groot deel van de parkeervragen al beet. Op het examen is “stilstaan of parkeren?” vaak het verschil tussen een juist en een fout antwoord. Hoe de puntentelling werkt, lees je in theorie-examen auto: hoeveel fouten mag je hebben?.

Beurtelings parkeren en lang parkeren

Halfmaandelijks beurtelings parkeren (E5/E7, of het bord E11 bij het begin van een bebouwde kom) betekent: van de 1e tot de 15e parkeer je aan de kant van de onpare huisnummers, van de 16e tot het einde van de maand aan de kant van de pare nummers. Van kant wisselen doe je op de laatste dag van de periode, tussen 19.30 en 20 uur.

Daarnaast zijn er tijdslimieten voor lang parkeren op de openbare weg:

  • motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens: niet langer dan 24 uur na elkaar;
  • binnen de bebouwde kom, voertuigen en aanhangwagens van meer dan 7,5 ton: niet langer dan 8 uur na elkaar, behalve waar een E9a-, E9c- of E9d-bord dat toelaat;
  • reclamevoertuigen: niet langer dan 3 uur na elkaar.

Typische examenvragen over stilstaan en parkeren

Op het examen krijg je vaak een foto of situatieschets met de vraag “Mag ik hier stilstaan? Mag ik hier parkeren?”. Werk ze altijd in deze volgorde af:

  1. Is het stilstaan of parkeren? Kijk naar wat er gebeurt: in- of uitstappen of laden en lossen, of langer?
  2. Staat er een bord? E1 (enkel parkeerverbod) of E3 (ook stilstaan verboden)? Is er een onderbord met uren, dagen of voertuigen?
  3. Is er een markering? Een gele onderbroken streep (parkeerverbod), een zebrapad, een fietspad of verdrijvingsvlakken?
  4. Welke afstand? Kruispunt, zebrapad, bushalte, verkeerslicht?
  5. Sta je aan de juiste kant? Rechts, behalve bij eenrichtingsverkeer.

Twee voorbeeldvragen:

  • Je zet iemand af op 10 meter van een bushalte. Dat is stilstaan, dus dat mag, zolang je de bus niet hindert. Parkeren mag er niet, want dat is binnen de 15 meter.
  • Je stopt 3 meter vóór een zebrapad om een pakje af te geven. Dat mag niet: op de rijbaan minder dan 5 meter vóór een oversteekplaats is ook stilstaan verboden.

Let op: nieuwe verkeersregels vanaf 1 juni 2027

Het huidige verkeersreglement van 1975 vervalt volgens wegcode.be op 1 juni 2027. Het wordt dan vervangen door vier nieuwe reglementen: een federale Code van de openbare weg, een Brusselse code, het Vlaams verkeersreglement en een Waalse code. De meeste huidige verkeersborden blijven tot 2045 geldig. Leg je je theorie-examen af vóór juni 2027, dan gelden de regels uit dit artikel. Kijk voor je examen altijd na of er nieuws is bij je examencentrum of op wegcode.be.

Zo oefen je stilstaan en parkeren voor je examen

Parkeervragen draaien om herkennen: welk bord, welke markering, welke afstand. Dat leer je het best door veel situaties te zien.

De regels in dit artikel komen uit het Belgische verkeersreglement (KB van 1 december 1975, artikelen 2, 23 tot 27, 70 en 75) zoals gepubliceerd op wegcode.be. Boetebedragen en lokale parkeerreglementen vermelden we bewust niet: die verschillen per gemeente en kunnen veranderen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen stilstaan en parkeren?

Volgens de Belgische wegcode staat een voertuig stil als het niet langer stilstaat dan nodig is om personen te laten in- of uitstappen of om zaken te laden of te lossen. Duurt het langer, dan is het parkeren. Tanken of een elektrische wagen opladen telt ook als parkeren.

Welk bord betekent stilstaan en parkeren verboden?

Bord E3: een blauw rond bord met rode rand en een rood kruis. Bord E1, met één rode schuine streep, is enkel een parkeerverbod: kort stilstaan om iemand te laten uitstappen of iets te lossen mag daar wel. Beide borden gelden aan de kant waar ze staan, tot het volgende kruispunt.

Hoe ver van een kruispunt mag je parkeren?

Je mag niet stilstaan of parkeren op minder dan 5 meter van de verlenging van de dichtstbijzijnde rand van de dwarsrijbaan, tenzij een plaatselijke regeling iets anders toelaat. Voor een zebrapad of fietsoversteek geldt op de rijbaan ook 5 meter.

Mag je parkeren aan een bushalte?

Parkeren is verboden op minder dan 15 meter aan weerszijden van het bord van een bus-, trolleybus- of tramhalte. Iemand snel laten uitstappen valt onder stilstaan; dat verbiedt dit artikel niet, maar je mag het openbaar vervoer nooit hinderen.

Wat betekent een gele onderbroken streep langs de stoep?

Langs een gele onderbroken streep op de rand van de rijbaan, de trottoirband of de boordsteen is parkeren op de rijbaan verboden. Kort stilstaan om in of uit te stappen of te laden en te lossen mag daar wel.

Mag je parkeren voor je eigen garage?

Parkeren voor de inrit van een eigendom is verboden, behalve voor een voertuig waarvan de nummerplaat leesbaar op die inrit is aangebracht. Die uitzondering is bedoeld voor de eigenaar of gebruiker van de inrit.