Reeks A
Gevaarsborden
Driehoek met rode rand: waarschuwt voor een gevaar verderop.
Op het theorie-examen voor rijbewijs B moet je Belgische verkeersborden herkennen in een seconde. Deze gids volgt de wegcode (KB 1 december 1975, art. 66–71): zes soorten, de belangrijkste borden, en de verwarringen die bij GOCA het vaakst fout gaan.
Begin met de soort, oefen daarna in de verkeersbordenquiz of een gratis theorie-examen. Meer context staat op de blog en in auto theorie oefenen.
De wegcode groepeert borden in reeksen A tot F. Drie categorieën hebben hier een volledige naslag. Voor voorrang, gebod en aanwijzing zie je de belangrijkste borden en een uitlegartikel.
Reeks A
Driehoek met rode rand: waarschuwt voor een gevaar verderop.
Reeks B
Wie moet wachten, wie mag eerst: B1, B5, voorrangsweg en B17.
Reeks C
Ronde borden met rode rand: wat je niet mag doen.
Reeks D
Blauwe ronde borden: de richting of het pad dat je moet volgen.
Reeks E
Parkeren, stilstaan of een voorbehouden plaats: E1 tot E11.
Reeks F
Bebouwde kom, zone 30, autosnelweg, woonerf en eenrichtingsweg.
Deze selectie komt het vaakst terug in lesmateriaal en examenvragen. Klik door naar de categorie voor de volledige betekenis en examentip.
A1a
Waarschuwt voor een scherpe bocht naar links. Pas je snelheid aan vóór de bocht, niet erin.
A14
Aankondiging van een of meer verkeersdrempels of verhoogde inrichtingen. Rij er langzaam over.
A15
De rijbaan kan glad zijn, bijvoorbeeld door olie, modder, ijzel of sneeuw. Rij voorzichtig en hou meer afstand.
A21
Verderop ligt een zebrapad. Vertraag en laat voetgangers die oversteken of willen oversteken voorgaan.
A23
Plaats waar opvallend veel kinderen komen, zoals bij een school of speelplein. Vertraag en wees extra alert.
A31
Er zijn wegenwerken. Vertraag, volg de tijdelijke signalisatie en let op arbeiders.
A39
Na een stuk met eenrichtingsverkeer komt er opnieuw verkeer uit de andere richting.
A41
Verderop ligt een spoorwegovergang met slagbomen. Stop als de lichten knipperen of de bomen dalen.
A51
Waarschuwt voor een gevaar zonder eigen symbool. Een onderbord vertelt welk gevaar het is.
C1
Je mag deze weg niet inrijden in deze richting: hier begint eenrichtingsverkeer in de andere richting.
C3
Geen enkele bestuurder mag deze weg inrijden, in geen van beide richtingen. Voetgangers mogen er wel.
C5
Verboden toegang voor auto's, vrachtwagens en andere motorvoertuigen met meer dan twee wielen, en voor motorfietsen met zijspan.
C11
Fietsers mogen deze weg niet inrijden.
C23
Verboden voor motorvoertuigen en slepen gebouwd voor goederenvervoer. Een onderbord kan het verbod beperken tot voertuigen boven een bepaalde maximaal toegelaten massa.
C31a
Aan het volgende kruispunt mag je niet links afslaan.
C33
Vanaf het bord tot en met het volgende kruispunt mag je niet keren.
C35
Vanaf het bord tot en met het volgende kruispunt mag je geen voertuig met meer dan twee wielen of een gespan links inhalen. Een fietser of motorfiets inhalen mag wel.
C43
Je mag niet sneller rijden dan de aangeduide snelheid (hier 50 km/u). Het verbod geldt tot het volgende kruispunt, een nieuw bord C43, of het begin of einde van een bebouwde kom, woonerf, erf of voetgangerszone.
E1
Parkeren is verboden. Kort stilstaan om iemand te laten in- of uitstappen of om te laden en lossen mag wel.
E3
Je mag hier niet parkeren en ook niet stilstaan, zelfs niet even om iemand af te zetten.
E9a
Op deze plaats of parking mag je parkeren.
E9a met parkeerschijf
Parkeren mag, maar alleen beperkt in tijd en met een zichtbare parkeerschijf achter de voorruit.
E9a mindervaliden
Parkeerplaats voorbehouden voor voertuigen van personen met een handicap die een geldige parkeerkaart tonen.
B1
Je moet voorrang verlenen aan alle bestuurders op de weg die je oprijdt.
B5
Je moet stoppen aan de stopstreep, of vóór de kruising als er geen streep is, en daarna voorrang verlenen.
B9
Je rijdt op een voorrangsweg: op de volgende kruispunten heb je voorrang op bestuurders uit zijwegen.
B11
De voorrangsweg houdt op. Op de volgende kruispunten gelden weer de gewone voorrangsregels.
B15
Op het eerstvolgende kruispunt heb jij voorrang.
B17
Op het volgende kruispunt geldt voorrang van rechts: je verleent voorrang aan bestuurders die van rechts komen.
D1a
Je moet de richting van de pijl volgen. Op een obstakel betekent het dat je langs die kant moet voorbijrijden.
D5
Je volgt de rijrichting rond het middeneiland zoals de pijlen aangeven.
D7
Fietsers moeten dit fietspad gebruiken. Onderborden bepalen of bromfietsers klasse B of speed pedelecs het ook moeten of mogen gebruiken.
F1a
Je rijdt een bebouwde kom binnen. Tenzij anders aangeduid geldt maximaal 50 km/u en de regels van de bebouwde kom.
F4a
Je rijdt een zone binnen waar je overal maximaal 30 km/u mag rijden, tot het bord einde zone 30 (F4b).
F5
Vanaf hier gelden de regels van de autosnelweg.
F12a
Je rijdt een woonerf of erf binnen: maximaal 20 km/u en voetgangers mogen de hele breedte van de weg gebruiken.
F19
Je rijdt op een weg met eenrichtingsverkeer, in de richting van de pijl.
Afbeeldingen: Wikimedia Commons, publiek domein (Belgische wetgeving)
Op 1 juni 2027 vervangt de nieuwe Code van de openbare weg (koninklijk besluit van 3 juni 2024) het KB van 1 december 1975. Vlaanderen, Brussel en Wallonië werken dat uit in gewestelijke codes. Sommige codes veranderen: C31 krijgt een nieuwe betekenis, D11 en D13 worden hernummerd, en E5, E7 en E11 verdwijnen. De meeste bestaande borden blijven tijdens een lange overgangsperiode geldig. Voor je examen gelden de huidige regels, niet de set van 2027.
Korte antwoorden die je op het GOCA-examen verder helpen.
De wegcode deelt de borden in zes reeksen: gevaarsborden (A), voorrangsborden (B), verbodsborden (C), gebodsborden (D), parkeerborden (E) en aanwijzingsborden (F). Op het examen herken je ze eerst aan vorm en kleur, daarna aan het symbool.
Een driehoek met de punt omhoog en een rode rand is een gevaarsbord. De omgekeerde driehoek is B1 (voorrang verlenen). Een achthoek is het stopbord B5. Ronde borden met een rode rand zijn verboden. Blauwe ronde borden zijn geboden. Ronde blauwe borden met een rode rand en een rode streep (E1 en E3) zijn parkeerborden, geen verbodsborden. Blauwe of groene rechthoeken en vierkanten zijn meestal aanwijzingen.
E1 is een parkeerverbod: kort stilstaan om iemand te laten in- of uitstappen of om te laden en lossen mag. E3 verbiedt parkeren én stilstaan. Je herkent E3 aan het rode kruis. Beide gelden aan de kant waar het bord staat, tot het volgende kruispunt.
Bord B17 is een driehoek met rode rand en een zwart kruis. Het kondigt een kruispunt aan waar voorrang van rechts geldt. Zonder B17 geldt die regel nog altijd, zolang er geen lichten, voorrangsborden of bevelen zijn. B15 (zwarte verticale balk) geeft jou voorrang.
Vanaf 1 juni 2027 vervangt de Code van de openbare weg (KB 3 juni 2024) het KB van 1975, via gewestelijke codes in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Sommige codes wijzigen, maar de meeste bestaande borden blijven lang herkenbaar. Voor het examen van vandaag tellen de huidige regels.
Begin met vorm en kleur, oefen daarna de klassieke verwarringen (C1/C3, E1/E3, B15/B17). Gebruik de gratis verkeersbordenquiz en daarna een volledig proefexamen voor rijbewijs B.
Herken de borden, en oefen daarna met echte GOCA-vragen voor rijbewijs B.