A1a
Gevaarlijke bocht naar links
Waarschuwt voor een scherpe bocht naar links. Pas je snelheid aan vóór de bocht, niet erin.
Deze pagina is de volledige naslag van de A-reeks. Voor een kortere selectie van de borden die je eerst moet kunnen, lees top 8 gevaarsborden om te kennen.
Een gevaarsbord is een gelijkzijdige driehoek met de punt omhoog en een rode rand (artikel 66). Het zegt: pas je gedrag aan, er komt een gevaar. Buiten de bebouwde kom staat het in principe op ongeveer 150 meter van dat gevaar. In de bebouwde kom komt het dichterbij. Staat er een onderbord met een afstand, dan geldt die afstand.
A41 (overweg met slagbomen) en A43 (zonder slagbomen) kondigen de overweg aan, meestal op die 150 meter. A45 (één spoor) en A47 (twee of meer sporen) staan bij de overweg zelf. Op het examen is “waar staat het bord?” minstens zo belangrijk als het symbool.
A1a
Waarschuwt voor een scherpe bocht naar links. Pas je snelheid aan vóór de bocht, niet erin.
A1b
Waarschuwt voor een scherpe bocht naar rechts. Rem tijdig af zodat je de bocht rustig kunt nemen.
A1c
Er volgen twee of meer bochten na elkaar; de eerste draait naar links.
A1d
Er volgen twee of meer bochten na elkaar; de eerste draait naar rechts.
A3
De weg daalt steil. Schakel tijdig terug en gebruik de motorrem zodat je remmen niet oververhit raken.
Examentip: Het percentage op het bord geeft de helling aan. A3 = daling, A5 = stijging.
A5
De weg stijgt steil. Hou rekening met trager verkeer en kies tijdig een lagere versnelling.
A7a
De rijbaan wordt smaller aan beide kanten. Hou rechts en let op tegenliggers.
A7b
De rijbaan wordt smaller aan de linkerkant.
A7c
De rijbaan wordt smaller aan de rechterkant.
A9
Verderop ligt een brug die open kan gaan voor scheepvaart. Wees klaar om te stoppen.
A11
De weg loopt uit op een kaai of rivieroever. Er is gevaar om in het water te rijden.
A13
Er ligt een putje of bult dwars over de rijbaan. Vertraag om controle over je voertuig te houden.
A14
Aankondiging van een of meer verkeersdrempels of verhoogde inrichtingen. Rij er langzaam over.
Examentip: A14 kondigt drempels aan; A13 een uitholling of ezelsrug in het wegdek.
A15
De rijbaan kan glad zijn, bijvoorbeeld door olie, modder, ijzel of sneeuw. Rij voorzichtig en hou meer afstand.
A17
Losse steentjes op de weg kunnen opspatten. Vertraag en vergroot je volgafstand.
A19
Er kunnen stenen op de weg vallen of liggen. Let goed op en stop niet onnodig.
A21
Verderop ligt een zebrapad. Vertraag en laat voetgangers die oversteken of willen oversteken voorgaan.
Examentip: A21 (driehoek) waarschuwt vóór het zebrapad; het blauwe vierkante bord F49 staat bij het zebrapad zelf.
A23
Plaats waar opvallend veel kinderen komen, zoals bij een school of speelplein. Vertraag en wees extra alert.
A25
Op deze plaats steken fietsers en tweewielige bromfietsers over of komen ze van een fietspad op de rijbaan.
A27
Er kunnen herten, everzwijnen of ander groot wild oversteken, vooral bij schemering.
A29
Er kan vee de weg oversteken. Vertraag en wees klaar om te stoppen.
A31
Er zijn wegenwerken. Vertraag, volg de tijdelijke signalisatie en let op arbeiders.
A33
Kondigt verkeerslichten aan die je misschien niet op tijd ziet. Wees klaar om te stoppen.
A35
Vliegtuigen kunnen laag over de weg vliegen. Schrik niet van het plotse lawaai.
A37
Op deze plek kan sterke wind van opzij je voertuig verplaatsen. Hou je stuur stevig vast.
A39
Na een stuk met eenrichtingsverkeer komt er opnieuw verkeer uit de andere richting.
Examentip: A39 betekent niet dat je voorrang hebt: het waarschuwt alleen voor tegenliggers.
A41
Verderop ligt een spoorwegovergang met slagbomen. Stop als de lichten knipperen of de bomen dalen.
A43
Verderop ligt een spoorwegovergang zonder slagbomen. Kijk extra goed en stop als er een trein nadert.
A45
Staat aan of vlak bij een overweg met één spoor.
Examentip: A45/A47 staan bij de overweg zelf; A41/A43 kondigen hem aan op ongeveer 150 m.
A47
Staat aan of vlak bij een overweg met twee of meer sporen. Na een trein kan er een tweede komen.
A49
Er liggen tram- of treinsporen in de rijbaan die je weg kruisen.
A50
Er staat mogelijk file verderop. Vertraag tijdig en hou rekening met stilstaand verkeer.
A51
Waarschuwt voor een gevaar zonder eigen symbool. Een onderbord vertelt welk gevaar het is.
Afbeeldingen: Wikimedia Commons, publiek domein (Belgische wetgeving)
Oefen ze in de verkeersbordenquiz of ga naar verbodsborden en het overzicht.
Gevaarsborden zijn driehoekig, met de punt omhoog en een rode rand. Ze waarschuwen; ze verbieden niets. B1 is de omgekeerde driehoek en hoort bij de voorrangsborden.
Buiten de bebouwde kom staat een gevaarsbord in principe op ongeveer 150 meter van het gevaar dat het aankondigt. In de bebouwde kom is die afstand korter. Een onderbord kan de exacte afstand vermelden.
A41 en A43 zijn driehoekige waarschuwingen vóór de overweg (met of zonder slagbomen). A45 en A47 zijn de andreaskruisen bij de overweg zelf: één spoor of meerdere sporen.
Herken de borden, en oefen daarna met echte GOCA-vragen voor rijbewijs B.