Alleen vandaag · -50% Bekijk deal

Voorrangsweg in België: bord B9, B11, B15 en de regels

Bijgewerkt:
Voorrangsweg in België: landelijke weg in Vlaanderen met haaientanden op de zijstraat rechts

Op een gewoon Belgisch kruispunt geldt voorrang van rechts. Maar zodra je op een voorrangsweg rijdt, draait die logica om: dan heb jij voorrang en moet het verkeer uit de zijstraten wachten. Klinkt simpel, toch verliezen kandidaten op het theorie-examen hier punten. Welk bord is het precies? Tot waar geldt het? En wat met afslaan, inhalen of parkeren? Hieronder lees je alles over de voorrangsweg in België, met de juiste bordcodes uit de Belgische wegcode.

Wat is een voorrangsweg?

Een voorrangsweg is een weg waarop jij op de kruispunten voorrang hebt op de bestuurders die uit de zijwegen komen. Het begin zie je aan bord B9. Het verkeer op de dwarswegen krijgt dan een bord dat zegt dat zij voorrang moeten verlenen:

  • B1 (omgekeerde driehoek): voorrang verlenen;
  • B5 (achthoekig stopbord): stoppen en voorrang verlenen.

Dat staat in artikel 12.3.1 van de wegcode: wie uit een weg met B1 of B5 komt, moet voorrang verlenen aan iedereen op de weg die hij oprijdt, van links én van rechts. Een voorrangsweg is dus geen “grote weg die vanzelf voorrang heeft”. Het is de signalisatie die de voorrang regelt. Zonder borden blijft het voorrang van rechts, hoe breed de weg ook is.

Voorrangsweg bord: B9, B11 en B13

Dit zijn de drie borden die je voor de voorrangsweg moet kennen (artikel 67.3 van de wegcode):

BordHoe herken je het?Betekenis
B9Gele ruit met witte randVoorrangsweg: jij hebt voorrang op de kruispunten
B11Dezelfde ruit, doorstreeptEinde van de voorrangsweg
B13B11 met onderbord met afstandKondigt het einde van de voorrangsweg vooraf aan

Praktisch:

  • Op het examen draait het vooral om de vorm en de betekenis: je moet zien welk bord het is en weten wat je dan doet. Het bordnummer is vooral handig om te studeren.
  • De ruitvorm zie je alleen bij de voorrangsweg-borden. Zie je een gele ruit, dan weet je meteen dat het over het begin of het einde van een voorrangsweg gaat.
  • Je ziet B9 vaak opnieuw na een kruispunt, als bevestiging dat je nog altijd op de voorrangsweg rijdt.
  • Na B11 vervalt je voorrang. Tenzij er andere borden of lichten staan, geldt dan weer de gewone regel: voorrang van rechts.

Een onderbord met het tracé van de weg (dikke en dunne lijnen) mag B9 aanvullen als het bord voor of op het kruispunt staat (artikel 67.2). Dat zie je vooral wanneer de voorrangsweg op het kruispunt afbuigt. De dikke lijn toont het tracé van de weg met voorrang. Rij je na het kruispunt verder op een tak met een dunne lijn, dan zit je niet meer op de voorrangsweg.

B9 versus B15 en B17: niet verwarren

Op examenfoto’s zie je ook twee driehoekige borden met rode rand. Ze lijken op gevaarsborden, maar ze horen bij de voorrangsborden:

B15: voorrang op het volgende kruispunt

B15 toont een zwart kruis met een dikke verticale balk en een dunne horizontale streep. Het betekent: op het eerstvolgende kruispunt heb jij voorrang. Dat is het grote verschil met B9:

  • B9 geldt voor de hele voorrangsweg, tot je B11 ziet;
  • B15 geldt alleen voor één kruispunt. Daarna kijk je opnieuw.

B17: voorrang van rechts op het kruispunt

B17 toont een schuin kruis (X). Het waarschuwt dat op het volgende kruispunt voorrang van rechts geldt. Jij hebt daar dus geen voorrang op wie van rechts komt. De basisregel lees je in voorrang van rechts in België.

Een klassieke examenvraag: je rijdt op een weg met B15 en het volgende kruispunt heeft B17. Wie heeft voorrang? Lees elk bord voor het kruispunt waar het bij hoort. Twee seconden extra kijken voorkomt een zware fout.

Wat zien de bestuurders in de zijstraat?

De andere kant van de voorrangsweg is minstens zo belangrijk, want op het examen zit je net zo goed in de zijstraat:

  • B1 + haaientanden. Een rij witte driehoeken op de grond (haaientanden) duidt aan waar je zo nodig moet stoppen om voorrang te verlenen bij bord B1 (artikel 76.2). Is de weg vrij en kan het veilig, dan hoef je niet volledig stil te staan.
  • B5 + stopstreep. Een doorlopende witte streep dwars over de rijbaan duidt aan waar je moet stoppen bij een stopbord (artikel 76.1). Bij B5 stop je altijd, ook als je niemand ziet.
  • B3 en B7 kondigen B1 en B5 vooraf aan, met de afstand op een onderbord.

En onthoud artikel 12.5: wie voorrang moet verlenen, mag pas verder als dat zonder gevaar kan, gelet op de plaats, snelheid en afstand van de andere weggebruikers. “Hij was nog ver” is geen argument als je hem toch doet remmen.

Heb je op een voorrangsweg altijd voorrang?

Nee. Hier zitten de lastigste examenvragen. Voorrang hebben betekent niet dat je zonder kijken door mag.

Verkeerslichten gaan voor

Werken de verkeerslichten, dan gelden de voorrangsborden op dezelfde weg niet (artikel 6.3). Rood is rood, ook op een voorrangsweg. Alleen bij een oranjegeel knipperlicht spelen de voorrangsborden weer mee. Meer daarover lees je in groen licht is niet altijd absolute voorrang.

Sla je op een voorrangsweg links af, dan moet je voorrang verlenen aan de tegenliggers op de rijbaan die je verlaat (artikel 19.3). Je voorrang op de zijstraten helpt je daar niet.

Afslaan: fietsers en voetgangers

Wie van richting verandert, verleent voorrang aan bestuurders en voetgangers die de andere delen van dezelfde weg volgen, zoals fietsers op het fietspad naast je (artikel 19.4). En aan voetgangers die de rijbaan oversteken die je oprijdt (artikel 19.5). Check daarbij altijd je dode hoek, zeker bij rechts afslaan.

Manoeuvres en rotondes

Een manoeuvre (van rijstrook wisselen, keren, achteruitrijden, een parkeerplaats verlaten) geeft je nooit voorrang, ook niet op een voorrangsweg (artikel 12.4). Komt de voorrangsweg uit op een rotonde, dan staat aan de ingang B1 of B5: dan moet jij voorrang verlenen. Hoe dat werkt, lees je in rotonde in België: voorrang en borden.

En altijd: wie een kruispunt oprijdt, moet dubbel voorzichtig zijn (artikel 12.2). Een auto die uit de zijstraat te ver doorrijdt, laat je niet “uit principe” botsen.

Inhalen op een voorrangsweg

Op kruispunten is links inhalen van een voertuig met meer dan twee wielen, een tweewielig motorvoertuig of een gespan verboden waar voorrang van rechts geldt en voor bestuurders die zelf voorrang moeten verlenen (artikel 17.2). Rijd je op de voorrangsweg, dan geldt dat specifieke kruispuntverbod dus niet voor jou.

Maar let op: alle andere inhaalregels blijven gelden. Een doorlopende witte streep, onvoldoende zicht in een bocht, een voetgangersoversteekplaats of een inhaalverbod met bord C35 gaan altijd voor. Op het examen staat in de vraag vaak net één detail dat het inhalen toch verbiedt. Lees de foto dus helemaal.

Parkeren: binnen en buiten de bebouwde kom

Een vraag die vaak terugkomt: mag je parkeren op een voorrangsweg?

  • Buiten de bebouwde kom: nee. Het is verboden te parkeren op de rijbaan van een weg met bord B9 (artikel 25.1.8°). Logisch: geparkeerde auto’s op een snelle voorrangsweg buiten de kom zijn gevaarlijk en hinderen het zicht.
  • Binnen de bebouwde kom: dat specifieke verbod geldt niet. De andere parkeerregels en plaatselijke borden blijven wel gewoon van toepassing.

Een voorrangsweg heeft trouwens geen eigen maximumsnelheid. Je volgt de gewone limiet van de plek waar je rijdt (binnen of buiten de bebouwde kom, een zone 30, een autoweg) en de snelheidsborden die er staan.

Typische theorievragen over de voorrangsweg

Deze patronen kom je tegen bij het oefenen:

  1. Welk bord? Gele ruit = voorrangsweg (B9). Doorstreepte ruit = einde (B11).
  2. B9 of B15? Hele weg tot B11, of alleen het volgende kruispunt?
  3. B17 op je weg? Dan geldt op dat kruispunt voorrang van rechts.
  4. Zijstraat met haaientanden of stopstreep? Wie moet wachten, en moet hij volledig stoppen?
  5. Werkend verkeerslicht? Dan tellen de lichten, niet de borden.
  6. Links afslaan? Tegenliggers gaan voor.
  7. Parkeren buiten de bebouwde kom? Verboden op de rijbaan van een weg met B9.

Gebruik bij elke foto dezelfde volgorde: eerst lichten of bevoegde persoon, dan borden (B9, B11, B15, B17, B1, B5), dan pas de basisregel. Wie die volgorde automatisch toepast, maakt minder kijkfouten, precies het soort fouten uit 13 fouten die je moet vermijden op het theorie-examen.

Zo oefen je slim

  • Start op gratis theorie-examen oefenen en noteer elke voorrangsfout met één zin uitleg: waarom had ik hier (geen) voorrang?
  • Werk gericht verder met auto theorie oefenen tot B9, B15 en B17 vanzelf klikken.
  • Wil je onbeperkt oefenen met uitleg bij je fouten? Bekijk de pakketten op bestellen, of lees verder op de blog over voorrang, rotondes en borden.

De officiële tekst vind je in de Belgische wegcode op wegcode.be (onder meer artikelen 6, 12, 17, 19, 25, 67 en 76). Voor examenafspraken en de actuele exameninfo ga je naar GOCA Vlaanderen. Wij verzinnen geen examenkosten of boetetarieven.

Samengevat

Een voorrangsweg herken je aan bord B9, de gele ruit. Je hebt er voorrang op het verkeer uit de zijstraten, dat B1 (met haaientanden) of B5 (met stopstreep) krijgt. De voorrangsweg eindigt bij B11, vaak vooraf aangekondigd met B13. Verwar B9 niet met B15 (voorrang op alleen het volgende kruispunt) of B17 (voorrang van rechts). Lichten gaan voor de borden, links afslaan betekent tegenliggers laten voorgaan, en buiten de bebouwde kom mag je niet parkeren op de rijbaan van een weg met B9.

Oefen die borden tot ze saai worden. Begin vandaag met gratis theorie-examen oefenen.

Veelgestelde vragen

Wat is een voorrangsweg in België?

Een voorrangsweg is een weg waarop jij op de kruispunten voorrang hebt op het verkeer uit de zijwegen. Je herkent hem aan bord B9: een gele ruit met witte rand. Het verkeer uit de zijstraten krijgt dan B1 (voorrang verlenen) of B5 (stop), vaak met haaientanden of een stopstreep op de grond.

Welk bord geeft het einde van een voorrangsweg aan?

Bord B11 (dezelfde gele ruit, maar doorstreept) betekent einde van de voorrangsweg. Bord B13 kondigt B11 vooraf aan op de afstand die op het onderbord staat. Na B11 gelden weer de gewone regels, dus meestal voorrang van rechts, tenzij andere borden of lichten iets anders zeggen.

Wat is het verschil tussen bord B9 en bord B15?

B9 (ruit) geeft je voorrang op een hele voorrangsweg, tot bord B11. B15 is een driehoekig bord met rode rand en een zwart kruis met een dikke verticale balk: het geeft je alleen voorrang op het eerstvolgende kruispunt. Daarna moet je opnieuw naar de borden kijken.

Mag je parkeren op een voorrangsweg?

Buiten de bebouwde kom is parkeren verboden op de rijbaan van een weg met bord B9 (artikel 25.1.8° van de wegcode). Binnen de bebouwde kom geldt dat specifieke verbod niet, maar de andere parkeerregels en plaatselijke borden blijven wel van toepassing.

Heb je op een voorrangsweg altijd voorrang?

Nee. Werken er verkeerslichten, dan volg je de lichten en niet de voorrangsborden. Sla je links af, dan laat je tegenliggers voorgaan. Sla je af, dan geef je voorrang aan fietsers en voetgangers die rechtdoor gaan op dezelfde weg. En wie voorrang heeft, moet nog altijd voorzichtig zijn op kruispunten.

Hoe oefen ik voorrangsweg-vragen voor het theorie-examen?

Train eerst bordherkenning (B9, B11, B15, B17, B1, B5) en daarna situatieschetsen met afslaan, inhalen en lichten. Oefen vervolgens volledige examens op Theoriedoen.be. Actuele regels check je op wegcode.be en bij GOCA Vlaanderen; wij vermelden geen examenkosten of boetetarieven.